Archief | Wat er ook is RSS feed for this section

Soundtrack

5 Sep


Het brein genereert soms een veelzeggende soundtrack. Na de geboorte van mijn eerste kind had ik alsmaar Yesterday van The Beatles in mijn hoofd. Of eigenlijk alleen de oorwurm “I’m not half the man I used to be”. Pas na een paar maanden drong mijn eentonige geneurie tot me door. En daarmee het besef dat het hoog tijd was voor een ander deuntje. Hoog tijd om te accepteren dat ik als jonge moeder tijdelijk zou functioneren op het niveau van een verkouden slak. En dat dit een hele gezellige reden had: de baby, die elke dag groter en liever werd. Een beetje meer Isn’t she lovely dan melancholische Beatles.

De afgelopen dagen verkeerde ik in een staat van algehele malaise. Moe, pijn in mijn nek. Maar vanmorgen werd ik overvallen door een kleine opstandige polonaise. Mien, waar is mijn feestneus. Uit het niets op 1 in de Interne Top 10. De carnavalsstemming heeft het oppervlakteniveau nog niet bereikt. Maar onderbewust gaat ‘ie blijkbaar lekker.

Advertenties

Inner peace

29 Nov

In het ruim van een schip ligt een pakje met mijn adres erop. Daarin zit een boek met ergens in de titel “inner peace”. Ik heb dit zelf besteld en ik was niet dronken. Hoe goed het zelfhulpboek straks ook is, mijn innerlijke 25-jarige zal nog een tijd met haar kop tegen de muur blijven beuken. Soms lijkt het alsof er een miniatuurtje van haar in mijn hoofd woont, dat soms wanhopig roept: “Wat is er met je gebeurd?”

Aan het eind van de vorige eeuw vroeg ik mijn vrienden om mij een ram voor mijn kop te geven als ik:

a. na mijn 30ste nog zou dansen in het openbaar
b. een creatieve cursus zou volgen om mezelf lekker te ontwikkelen
c. een aanzienlijk deel van mijn boekenkast uit zelfhulpboeken zou bestaan
d. alsnog spiritueel zou worden

Dankzij de Spiritest van Trouw weet ik dat ik qua puntje d nog redelijk op koers zit. Maar nu ik de Flow-gerechtigde leeftijd ruimschoots bereikt hebt, kan ik me ineens niet meer zo goed herinneren waarom a, b en c zo belangrijk waren. Of eigenlijk, ik weet het nog precies, maar ik houd me niet aan mijn afspraken. Voor een deel komt dat door dat gevoel van bevrijding, waar ik vrouwen van 40 altijd al over heb horen praten. Laatst was ik bijvoorbeeld bij een concert. De zanger vroeg het publiek om dichterbij het podium te komen. Daarmee bedoelde hij vast niet de herintredende moeders met handtassen. Maar who cares? Natuurlijk kwam ik dichtbij het podium. Gezellig!

Soms ben ik bang dat er meer speelt dan een gezonde bevrijding van gene. Mijn creatieve geontwikkel, het oeverloze concertbezoek, dit geblog… Het zijn volgens mij gewoon manifestaties van een dames-midlifecrisis. Een crisis ja, inclusief strohalmen en slecht gekozen schuilplaatsen. Voorlopig wacht ik tot het schip met de oplossing uit Amerika er is, maar misschien is het effectiever als iemand mij snel even een ram voor mijn kop komt geven.

(Mijn H: “Inner peace? Nou, dat liekt mie wel wat vies.”)

Foto: sxc.hu

Handgeschreven monument

3 Mei

Hij had een winkel op de hoek van de Korte en Grote Houtstraat. Hij was drie jaar ouder dan ik toen hij stierf. Dat was in Polen, in 1944. Hij had dezelfde achternaam als Anne.  Zonet schreef ik zijn naam op. André Frank. Nu blijf ik aan hem denken.

Ruim 700 Joodse Haarlemmers werden weggevoerd in de Tweede Wereldoorlog. Zij kwamen niet terug, heet dat dan. Vermoord. Bij het Noord-Hollands Archief kun je vandaag en morgen een naam opschrijven van één van die Haarlemmers. Zo ontstaat een handgeschreven ‘mo(nu)ment van herinnering’.

Het papier is kwetsbaar. Blijven de namen hangen? De mensen die even uit de lentezon bij het archief binnenlopen, zullen in elk geval die meterslange lijst met namen niet vergeten. En zeker niet die ene naam op dat briefje. Wie was dat? En hoe zou de stad zijn geweest als hij of zij in vrijheid had kunnen leven, zolang als de natuur dat bedacht had?

Schrijf mee is op 3 mei tot 20:00 en op 4 mei van 09:00 tot 16:00. Je kunt gewoon binnenlopen bij het Noord-Hollands archief, Jansstraat 40.

Mentale rampoefening

20 Apr


In de jaren ’90 werkte ik heel kort in een lunchcafé waar alleen lesbische stellen en de chiquere zwerver kwamen. De zwervers zag ik vaak later op de dag in de kantine van de universiteitsbibliotheek, waar ze hardop lazen in Kierkegaard. Mijn zus kwam eens langs in het café en zei: ‘Het doet me een heel klein beetje aan Fawlty Towers denken.’ Ik kon namelijk wel – met glimlach – heel netjes de koffie en broodjes op tafel zetten, maar verder deed ik alles rennend, met rode wangen en veel pannengekletter.

De indrukwekkendste klant was de Britse A., die altijd koffie of een glas rode wijn bestelde. Wat het ook was, na een aantal slokken begon hij erbarmelijk te huilen. Geen zacht gesnik met de blik naar de tafel, maar echt janken met tranen. Ik bracht dan soms een glaasje water, maar meestal ging ik even naar de keuken. Mijn vriendin, die op andere dagen werkte, ging wel met hem praten en ze vertelde me dat hij zijn kinderen in Engeland niet meer mocht zien. Hij werd alsmaar overvallen door gedachten aan wat hij had gehad. Triest geval, concludeerden we, maar we moesten ook een beetje lachen om zo’n vreemde vogel in de lunchtent.

Lang dacht ik, als ik ooit aan lager wal en echt in de war geraak door het leven zelf, dan zal ik kluizenaar zijn. Zoals een buurtgenoot, die het licht uitdoet met Sint Maarten en nooit bezoek krijgt. De meeste mensen die ik ken zullen na grote rampspoed aan de drank gaan of gewoon noest doorleven, maar ik zou dus een beetje vervuilen en de gordijnen dichthouden. De vrouw die alles had, maar zich toen afsloot. Inmiddels weet ik dat dit wishful thinking was. Ik moet zorgen dat ik mijn hoofd erbij houd, want ik heb meer A. dan kluizenaar in me. Zelfs nu ik bijna alles nog heb, kan ik het ene moment vrolijk meebrullen met Blondie op de radio om vervolgens totaal onverwacht in huilen uit te barsten. Dit weekend in Parijs moest ik snikkend de übertoeristische Place du Têtre verlaten, denkend aan een oud schoolreisje.

Het is natuurlijk niet zo nuttig om na te denken over de vraag wat voor gek je mogelijk zult worden. En oneerlijk, omdat een melancholische aard en zware psychische problemen heel ver uit elkaar liggen. Ik zag A. waarschijnlijk toen het eigenlijk nog heel goed met hem ging.

Gezonder dan mijn mentale rampoefening is het lezen van boeken over mensen op de rand van diepe melancholie / jeugdsentiment en gekte. Eventueel kan ik dan in de beslotenheid van de slaapkamer een beetje snikken. Bijvoorbeeld bij Baby Storm van Wanda Reisel, Buzz Aldrin, Waar ben je gebleven van Johan Harstad of – net uit – Magnus van Arjen Lubach.

Aardige politie

14 Mei

Foto: Vierdrie.nl op sxc.hu Willy Alberti is niet mijn opvoedgoeroe. Ik bouw geen muurtje om mijn kinderen heen. Dat gaat niet. En ik wil het eigenlijk ook niet. Het uitzicht is namelijk zo heftig als het dan later alsnog instort. Wel probeer ik om moeilijke onderwerpen een beetje geruststellend uit te leggen. Helaas dringt de werkelijkheid zich soms zo hard op dat de gezellige kinderversie van een drama niet meer klopt. Oh nee, mensen gaan toch niet alleen dood als ze heel, heel oud zijn. Oh nee, mensen gaan toch niet alleen dood als ze heel, heel ziek zijn.
Nog een voorbeeld: Zoons vriendinnetje verhuist naar Zimbabwe. Ik vertelde dat dit een land is waar de politie niet aardig is, zoals bij ons. En dat haar vader daar juist graag wil werken, om er met mensen daar iets aan te doen. Redelijk verhaal, dacht ik. Tot gisteren. Ik zat te tikken aan een artikel over vreemdelingendetentie in Nederland.
Zoon vroeg: “Mama, wat doe je?”.
“Ik schrijf een verhaal over een meneer die in de gevangenis kwam terwijl hij niets gedaan had.”
Zoon: “Gelukkig wonen wij niet in dat land.”
Oh ja, dat van die aardige politie geldt vooral als je hier geboren bent. En dan weer niet voor Milly Boele. Oké, ik geef toe. Dit keer had ik gewoon Alberti-stijl moeten zeggen: “Het gaat over hondenvoer.”

Jonathan S. Foer

15 Jul

oscarschell310x100Jonathan Safran Foer had een aantal redenen om zijn boek Extremely loud & incredibly close te noemen. Eén daarvan was de fantasie van een vriend van hem. Zijn droom: dat zijn lievelingszanger vlak naast hem zou komen staan en keihard zijn lievelingsnummer zou zingen. Extreem luid en ongelooflijk dichtbij. Foer vertelde dat een tijd terug tijdens een lezing. Sindsdien vergis ik me nooit meer in de ingewikkelde titel.
Het lijkt me vreselijk eigenlijk. Dat geschreeuw in je oor en dan zo in je ruimte. Ik fantaseer wel vaak dat Foer en zijn vrouw Nicole Krauss bij mij in de straat wonen. En, als ik dan griep heb, dan komen ze om beurten even langswippen om wat nieuw werk voor te lezen. Extreem fijn en ongelooflijk onwaarschijnlijk. And yet.

(Lees net dat Foer helemaal geen zin heeft om een nieuwe roman te schrijven en bezig is met non-fictie over intensieve veehouderij ofzo, maar dat mag ook)

Wat helpt

10 Jul

boomtegenlucht310x100Het zijn sombere tijden in huize Mama Leest. Mijn kinderen zet ik schaamteloos in voor bezigheidstherapie. Dat helpt om niet steeds denken aan mijn vriendin die er niet meer is.

Het helpt dat ik regelmatig waterpistolen moet vullen of broekspijpen om moet slaan. Het helpt als mijn dochter met haar broers zwembroek over haar hoofd door de kamer rent. En, die prettige bonus van het moederschap, een plank vol nieuwe kinderboeken, helpt ook. Ot Jan Dikkie, die met zijn opa praat over de dood en de mogelijkheden om kroketten mee te nemen naar het hiernamaals, ofwel de maan. ‘“Dan kom ik wel op bezoek,” zegt Ot Jan Dikkie, “En als je dan niet meer dood bent, kunnen we daar grapjes over maken.” “Dat zou wel leuk zijn,” zegt opa, “maar meestal blijven dode mensen dood.”’

Maar goed, al met al werkt het allemaal blijkbaar niet voldoende. Zo dacht ik gisteren dat ik het toch maar knap deed, niet steeds huilen, maar gewoon netjes op de bank zitten, beetje nadenken. Ineens keek Zoon geërgerd op van zijn Duplo en zei: “Mama, iederéén gaat dood, hoor. Alleen K ging als eerste.” Betrapt…