Hoe red ik de bibiotheek?

25 Jan

Ik voel een “Rettet die Ampelmännchen”-onrust. In 1998 woonde ik even in Berlijn en daar hingen overal posters met grappige mannetjes uit de oude DDR-stoplichten. Het was me duidelijk dat ze bedreigd werden door kordate nieuwe stoplicht-gasten. Mijn probleem met die posters was niet de keuze voor of tegen, maar meer: wat moet ik doen? Ik kon niet goed genoeg Duits. Stond er nu een concrete oproep tot straatprotest? Of waren het nostalgische pamfletten? Konden die Ampelmännchen nu gered worden of was de bestelling voor de nieuwe stoplichten eigenlijk al geplaatst?

Precies dat gevoel krijg ik van de acties van Ernest van de Kwast en Abdelkader Benali. Zij willen de bibliotheek redden. Maar: hoe laat ik waar moet zijn, dat staat er niet bij. En daar word ik passief van. Hopen de schrijvers dat ik de straat op ga? Zal ik een oproep doen om onze bieb leeg te halen? Of willen ze vooral dat ik erover nadenk en dat ik – zoals Benali op Facebook vroeg – mijn mooie biebherinneringen koester en uitdraag? Of zal ik me er gewoon maar bij neerleggen dat bibliotheken moeten bezuinigen?

Nog steeds baal ik een beetje dat ik in 1998 vertwijfeld in mijn wodka staarde terwijl ik had kunnen bijdragen aan de sympathiekste reddingsactie van de eeuw. Met die Ampelmännchen is het namelijk best goed afgelopen. Daarom zet ik dit nu toch maar snel online:

Mijn Gouden Red De Bieb Tip
In Denemarken heeft elk middelgroot stadje (dat is daar: alles vanaf de grootte van Veldhoven) een supersonische bibliotheek, ontworpen door een internationaal gerenommeerd architect. Daar omzeilen ze dat hele ontlezingsverhaal gewoon door je binnen te lokken met paspoortophaalloketten, gratis wifi, cappuccino en andere zaken waar je niet omheen kunt. Uiteindelijk kom je onvermijdelijk uit bij de Echte Boeken. Of bij Echte Mensen, die kinderen en andere zoekenden wegwijs maken in de infojungle. En nu mijn tip. Van wie moesten we ook alweer Denemarken als voorbeeld nemen deze regeringsperiode? Precies. Misschien moeten we de PVV eraan te herinneren dat Denemarken het nieuwe gidsland is. Miljoenen bezuinigen? Er moet geld bij!

Advertenties

Mijn kleine spookblog

23 Jan

Ik: “Je moet zelf even dat spook wegjagen, ik zit te lezen.”
Keetje B (3): “Spook, ga terug naar je eigen land!”

Zoon (5) vond bij de bieb een fijn, oud prentenboek. Het kleine spookje Laban van Inger en Lasser Sandberg. In Zweden kun je dekbedovertrekken en rugzakken van Laban kopen, maar hier is hij een vrij obscure kinderboekenheld. Of anti-held liever. Laban woont in een kasteel met zijn spokenouders en zijn zusje Labolina. ’s Avonds moet hij met zijn vader mee om de koninklijke familie de stuipen op het lijf te jagen. Wat ronddolen, met kettingen rammelen. Het kleine spookje vindt het eigenlijk allemaal veel te eng. En hard “BOE!” roepen kan hij helemaal niet. Zijn vader vindt hem een steeds grotere minkukel. Gelukkig ontdekt Laban dat er meer is dan een beetje rondspoken.
Ik ben geen fan van thematisch, pedagogisch verantwoord voorlezen (kindje potje, boekje over kindje potje), maar dit boek kwam echt precies op het goede moment. Sinds mijn kinderen Laban kennen, zijn spoken geen noemenswaardig issue meer in huis. Keetje B was af en toe een doodsbange peuter. Nu is ze een koelbloedig ghostbustertje.

Het boek is uitverkocht, maar misschien doet dit filmpje de truc ook:

Aardige politie

14 Mei

Foto: Vierdrie.nl op sxc.hu Willy Alberti is niet mijn opvoedgoeroe. Ik bouw geen muurtje om mijn kinderen heen. Dat gaat niet. En ik wil het eigenlijk ook niet. Het uitzicht is namelijk zo heftig als het dan later alsnog instort. Wel probeer ik om moeilijke onderwerpen een beetje geruststellend uit te leggen. Helaas dringt de werkelijkheid zich soms zo hard op dat de gezellige kinderversie van een drama niet meer klopt. Oh nee, mensen gaan toch niet alleen dood als ze heel, heel oud zijn. Oh nee, mensen gaan toch niet alleen dood als ze heel, heel ziek zijn.
Nog een voorbeeld: Zoons vriendinnetje verhuist naar Zimbabwe. Ik vertelde dat dit een land is waar de politie niet aardig is, zoals bij ons. En dat haar vader daar juist graag wil werken, om er met mensen daar iets aan te doen. Redelijk verhaal, dacht ik. Tot gisteren. Ik zat te tikken aan een artikel over vreemdelingendetentie in Nederland.
Zoon vroeg: “Mama, wat doe je?”.
“Ik schrijf een verhaal over een meneer die in de gevangenis kwam terwijl hij niets gedaan had.”
Zoon: “Gelukkig wonen wij niet in dat land.”
Oh ja, dat van die aardige politie geldt vooral als je hier geboren bent. En dan weer niet voor Milly Boele. Oké, ik geef toe. Dit keer had ik gewoon Alberti-stijl moeten zeggen: “Het gaat over hondenvoer.”

Jonathan S. Foer

15 Jul

oscarschell310x100Jonathan Safran Foer had een aantal redenen om zijn boek Extremely loud & incredibly close te noemen. Eén daarvan was de fantasie van een vriend van hem. Zijn droom: dat zijn lievelingszanger vlak naast hem zou komen staan en keihard zijn lievelingsnummer zou zingen. Extreem luid en ongelooflijk dichtbij. Foer vertelde dat een tijd terug tijdens een lezing. Sindsdien vergis ik me nooit meer in de ingewikkelde titel.
Het lijkt me vreselijk eigenlijk. Dat geschreeuw in je oor en dan zo in je ruimte. Ik fantaseer wel vaak dat Foer en zijn vrouw Nicole Krauss bij mij in de straat wonen. En, als ik dan griep heb, dan komen ze om beurten even langswippen om wat nieuw werk voor te lezen. Extreem fijn en ongelooflijk onwaarschijnlijk. And yet.

(Lees net dat Foer helemaal geen zin heeft om een nieuwe roman te schrijven en bezig is met non-fictie over intensieve veehouderij ofzo, maar dat mag ook)

Wat helpt

10 Jul

boomtegenlucht310x100Het zijn sombere tijden in huize Mama Leest. Mijn kinderen zet ik schaamteloos in voor bezigheidstherapie. Dat helpt om niet steeds denken aan mijn vriendin die er niet meer is.

Het helpt dat ik regelmatig waterpistolen moet vullen of broekspijpen om moet slaan. Het helpt als mijn dochter met haar broers zwembroek over haar hoofd door de kamer rent. En, die prettige bonus van het moederschap, een plank vol nieuwe kinderboeken, helpt ook. Ot Jan Dikkie, die met zijn opa praat over de dood en de mogelijkheden om kroketten mee te nemen naar het hiernamaals, ofwel de maan. ‘“Dan kom ik wel op bezoek,” zegt Ot Jan Dikkie, “En als je dan niet meer dood bent, kunnen we daar grapjes over maken.” “Dat zou wel leuk zijn,” zegt opa, “maar meestal blijven dode mensen dood.”’

Maar goed, al met al werkt het allemaal blijkbaar niet voldoende. Zo dacht ik gisteren dat ik het toch maar knap deed, niet steeds huilen, maar gewoon netjes op de bank zitten, beetje nadenken. Ineens keek Zoon geërgerd op van zijn Duplo en zei: “Mama, iederéén gaat dood, hoor. Alleen K ging als eerste.” Betrapt…

Tuinieren South Central

8 Mei

tuin310x100Bij het Haarlemse Bloemencorso (…) kreeg ik het blad Tuin & Co in mijn handen gedrukt. Dat blad staat vol planten en plantenmensen, zoals Ted: “Als een plant de moeite heeft genomen om zich uit te zaaien, dan is dat zijn plek. Wie ben ik dan om te bepalen dat dat de verkeerde plek is?”

Tuin & Co is net zo ontroerend als een bezoekje aan Dille & Kamille. Ik droom soms dat ik ook zo’n lieve, goeie tuinierder ben. Dat ik ons ministadstuintje heb omgetoverd in een kleine oase. Een paradijsje waar de kindjes in een badje spetteren en ik lig te zonnebaden tussen mooie planten, onder welig tierende hanging baskets met subtiele kleine paarse bloempjes, genietend van de geur van tijm en lavendel en het geluid van een fonteintje. Maar, om met Ice-T te spreken: shit ain’t like that, it’s real fucked up. Oké, hij had ‘t over LA South Central, maar zo moet het ook voelen als plant in mijn tuin.

Ik zaai en plant me een ongeluk in de lente, maar ik kan vervolgens weken de interesse verliezen. Ik laat zieltogende plantjes aan hun lot over. Sterke exemplaren krijgen alle ruimte om brave kleintjes bruut te overwoekeren. Soms snoei ik een halfdood plantje gewoon helemaal kort. ‘Probeer het gewoon nog een keer’, denk ik dan. Voor 2009 is mijn urban floral ghetto dus alweer reddeloos verloren. Ik kijk gewoon niet meer naar buiten en ga in 2010 Ted-stijl opnieuw beginnen.

Slow ouderschap

20 Apr

knuffeltje310x100Een psycholoog vertelde mij een keer dat het populaire ‘Good enough- parenting’ voortkomt uit de ideeën van de psychiater Winnicott. In het kort: het komt meestal goed, hyperen hoeft niet.

Problemen in het kinderleven hoeven en moeten volgens Winnicot niet altijd door moeder verzacht te worden. Dat begint al bij een klein babietje, dat zich, na mama en borst, hecht aan een lapje of popje. De  eerste surrogaatmoeder, die er ook is bij verdrietjes. Als die overgang van mama naar smerig lapje een beetje lukt, ben je al aardig op weg. Zo begreep ik het tenminste.

Over goedgenoegmoederen, slow ouderschap en andere ‘kan het wat minder’-stromingen verschijnen op dit moment zoveel boeken en artikelen, dat je daar weer hyper van kunt worden. De Groene Amsterdammer vat de boel mooi samen in het artikel Minder opvoeden is beter van Margreet Fogteloo. Het fijne is dat dit gaat over het effect op kinderen van een hyperopvoeding. De Hollandse mama-nonfictie gaat toch vooral over hoe zielig perfectionisme is voor moeder zelf. En dat weten we nu wel…